woensdag 9 november 2011

Bramley apple pie


Het heeft even geduurd, maar hier is hij dan eindelijk: de Bramley apple pie.
Bij het bereiden van een apple pie is het belangrijk dat je een appelras kiest met een stevige textuur dat zijn vorm niet verliest tijdens het bakken. Het bijzondere van deze Bramley's Seedling is dat het, ondanks dat het een moesappel is, toch zijn vorm behoudt. Dus lekker zacht, maar geen appelmoes. Andere appelrassen die in een apple pie gebruikt worden zijn onder andere Golden Delicious, Breaburn, Granny Smith of Royal Gala. Of een mix van verschillende appelrassen.

Het grootste deel van het recept dat ik voor deze apple pie gebruikt heb komt van Zoe Bakes. Ik vond het wel bijzonder dat Zoë er twintig jaar over gedaan heeft om het perfecte apple pie recept te creëren. Dat sla je dan toch niet zomaar over. Bovendien gebruikt zij behalve kaneel nog andere specerijen in haar apple pie. Gezien de tijd van het jaar leek me dat erg lekker.
Toch heb ik niet alles klakkeloos overgenomen, omdat me een aantal ingrediënten teveel of overbodig leken, zoals azijn door het deeg. Bovendien had ik ook te maken met het omrekenen van andere maten en houd ik van ronde getallen. Een en ander heb ik dus naar boven of beneden afgerond.

Nu is het voor het eerst dat ik apple pie maak en heb geproefd. Ik heb dus geen enkel vergelijkingsmateriaal, maar deze Bramley apple pie smaakte hemels. Nota bene zonder custardvla, room of ijs, dat traditioneel toch veel hierbij gegeten wordt.
Qua smaak deed het me nog het meest denken aan een warme appelbol.


350 gram bloem
1/2 theelepel zout
1 eetlepel suiker
225 gram boter
1 ei
4 eetlepels ijskoud water

egg wash (1 ei + 1 eetlepel room)
2-3 eetlepels (riet)suiker

1 kilo Bramley's Seedling, geschild
(of andere soorten appels)
2 theelepels citroensap
50 gram (riet)suiker
1 theelepel kaneel
1/8 theelepel kruidnagel
1/8 theelepel nootmuskaat
1/8 theelepel kardemom
2 eetlepels maïzena
2 eetlepels boter

Meng de bloem, het zout en de suiker. Voeg de boter toe en meng dit door de bloem. De boter hoeft niet geheel vermengd te zijn met de bloem. Klop het ei los en voeg dit samen met het ijskoude water toe. Verdeel het deeg in twee porties en bewaar beide porties afgedekt minimaal een uur in de koelkast.
Snijd de appels in schijfjes en besprenkel ze met citroensap. Meng de suiker met de specerijen en maïzena en voeg dit vervolgens aan de appelschijfjes toe.


Rol eerst één portie deeg uit tot een cirkel van 30 cm doorsnee. Bekleed een ingevette ronde vorm van 24 cm doorsnee met het deeg. Verdeel het appelmengsel over het deeg. Het wordt een behoorlijke berg appelschijfjes, maar het deeg kan dit goed aan. Snijd de boter in stukken en verdeel dit over de appels.
Rol de tweede portie deeg ook uit tot een cirkel van 30 cm doorsnee en leg dit over de appelschijfjes. Vouw de rand van de onderste deeglap over de bovenste (de deksel) en maak er een decoratieve rand van. Eventueel een teveel aan deeg snijd je weg, anders wordt de zijkant erg dik (dat is bij mijn apple pie wel een beetje gebeurd).
Snijd met een scherp mes vijf inkepingen van ongeveer 5 cm lang in de bovenkant van de apple pie, zodat de stoom kan ontsnappen.
Smeer vervolgens de bovenkant van de apple pie in met eggwash (grappige benaming) en bestrooi het met (riet)suiker.


Bak de Bramley apple pie in een voorverwarmde oven op 220 graden in de eerste 20 minuten en vervolgens op 180 graden in nog eens 25-30 minuten goudbruin.
Serveer de apple pie naturel of met room, vanilleijs of custardvla. En het lekkerst is de apple pie natuurlijk als hij nog warm is.




dinsdag 1 november 2011

Appeltaart


Een tijdje geleden heb ik mezelf getrakteerd op appeltaart. En dan bedoel ik niet de appeltaart om te eten, maar het bakboek van Janneke Philippi over appeltaart en andere heerlijke baksels met appel.
Snuffelend in de boekhandel tussen de kookboeken zag ik dit boek staan en was ik meteen verkocht. En het boek dus ook. Want niet alleen staat het boek vol met lekkere recepten en hele mooie foto's met vooral veel oude bakspullen; ik kwam erachter dat Janneke Philippi net als ik uit Zuid-Limburg komt en dat schept toch een beetje een band. En herkenning.
Neem nou haar verhaal over de appel-abrikozen kruimelvlaai. Het volstaat bij de bakker om het dan uitsluitend over appel-appelekowwe-grummel (appel-abrikozen-kruimel) te hebben. Dat het om een vlaai gaat spreekt voor zich.
Het zijn leuke anekdotes waar je niet meer bij stilstaat totdat je erover leest.

Ik herinner me ook nog heel goed de periode dat de appeloogst begon en je bij de boer terecht kon voor de eerste sterappels en later in het jaar allerlei andere soorten. Volgens mij was het in de jaren tachtig dat ook voor het eerst de Jonagold bij de boer in de kisten lag: een kruising tussen de Golden Delicious en de Jonathan.
Jammer dat je tegenwoordig bijna niet meer aan lekkere smaakvolle appels kunt komen. Zelfs de Jonagold die ik destijds knapperig en vol van smaak vond, is nu vaak zo'n flauw, waterig appeltje geworden.

De appels op de foto zijn overigens wel heerlijk van smaak. Ik had er nog nooit van gehoord, maar het appelras is de Bramley's Seedling.
Ik kreeg laatst een hele zak van deze appels om te proeven. Mijn dank is groot.
Dat deze appeleigenaren ooit een Bramley's Seedling hebben aangeschaft komt doordat ze ooit besloten een appelboom in de tuin te planten en hun zoon Bram heet. Op zoek naar een appelras is de keuze dan snel gemaakt lijkt me.
De appels zijn erg geschikt voor in taarten, omdat het een moesappel is, maar ook om zo te eten zijn ze heel lekker.
Speurend op internet kwam ik erachter dat de Bramley's Seedling vooral bekend is in de Bramley apple pie. Natuurlijk staat ook in het boek van Janneke Philippi een recept voor een double-crust-pie. Binnenkort te verwachten dus. De Bramley apple pie. Of toch een appelvlaai?




zondag 30 oktober 2011

Honing-notenreep



Het basisrecept voor deze honing-notenreep komt uit 'Home Made' van Yvette van Boven (noten-karamelreep met gedroogde vijgen). Eigenlijk was me het recept in haar boek niet eens opgevallen, maar ik zag het op één van mijn favoriete foodblogs staan.
De basterdsuiker en pannekoekenstroop in het oorspronkelijke recept heb ik vervangen door rietsuiker en honing. Ik heb nooit pannekoekenstroop of keukenstroop (suikerstroop) in huis en gevoelsmatig is honing net wat gezonder.
De structuur van de notenrepen blijft redelijk zacht en kleverig, wat misschien door het gebruik van de honing komt. Ik zou ze een keer met suikerstroop moeten maken om het verschil te proeven, als dat er behalve de smaak al is.
De repen hebben door de honing wel een uitgesproken smaak, maar ze zijn erg lekker (als je van honing houdt tenminste). Houd je niet van honing, dan is de pannekoekenstroop wellicht toch een optie. De repen lijken me overigens niet alleen lekker om zo te eten, maar ook verbrokkeld door de yoghurt of door appelgebak, om maar iets te noemen.


200 gram hele blanke amandelen
200 gram walnoten
200 gram pompoenpitten
200 gram gedroogde vijgen
sap en rasp van een halve sinaasappel
250 gram rietsuiker
3 eetlepels honing
50 gram roomboter

Verwarm de oven op 175 graden. Verdeel de noten en pitten over een bakplaat en bak ze ongeveer in een kwartier goudbruin. Snijd de vijgen in stukjes en meng dit met de sinaasappelrasp door de noten.
Verwarm de suiker met de honing en sinaasappelsap op een laag vuurtje tot de suiker helemaal gesmolten is. Roer op het laatst de boter erdoor. Meng vervolgens alle ingrediënten door elkaar en verdeel het mengsel over een ingevette platte vorm. Spreid het mengsel goed uit en laat het geheel afkoelen. Snijd het honing-notenmengsel in repen.


woensdag 19 oktober 2011

Perenchutney en oktoberzon



Hoe toepasselijk is de titel van het boek van Remco Campert dat dit jaar centraal staat in de campagne van Nederland Leest: het leven is vurrukkulluk.
Vanaf vrijdag 21 oktober is het boekje voor bibliotheekleden gratis op te halen in de bibliotheek, dus ga snel (als je tenminste lid bent).

Afgelopen weekend hebben we genoten van een heerlijke oktoberzon in een mooi Drents landschap en van een heerlijke lunch van ambachtelijk brood met pittige kaas en perenchutney bij Coffee & Tasty in Assen. Vurrukkulluk!
Dit is wat de herfst ook zo mooi maakt: warme kleuren en heel veel paddestoelen, pompoenen, druiven, noten, appels en natuurlijk peren.
Af en toe is het dan wel wat onstuimig weer, maar ook dat hoort nu eenmaal bij de herfst.

Voor iedereen die een rijke perenoogst heeft en van chutney houdt en voor iedereen die, net als ik, zonder die eigen oogst ook van chutney houdt, heb ik een lekker recept voor perenchutney met walnoten. Hoe langer de chutney staat, hoe lekkerder hij wordt en hij is zeker twee jaar houdbaar.
Op onderstaande foto heb ik dikke sneden boerenbrood belegd met roomboter, blauwschimmelkaas, sla en perenchutney.


1 kilo peren, geschild
250 gram moesappels, geschild
250 gram uien, gepeld
4,5 dl ciderazijn
400 gram suiker
100 gram walnoten
1/2 theelepel kaneel

Snijd het fruit en de uien in stukken. Doe de appels, peren en uien met de azijn in een pan en breng het geheel langzaam aan de kook. Laat alles op een laag vuurtje zo'n 40 minuten sudderen tot de appels, peren en uien zacht zijn. Voeg de suiker toe en laat de chutney nog een half uur sudderen tot hij is ingedikt. Rooster ondertussen de walnoten in een droge koekenpan en voeg dit samen met de kaneel toe aan de chutney.
Schep de warme chutney in schone potten, sluit ze af en laat de potten een tijdje op de kop staan. Nadat de potten weer goed gezet worden zullen ze zich door het afkoelen zelf vacuüm trekken.




Tijdens onze minstens 25 kilometer lange route van huis uit door het Drentse landschap, kwamen we deze mooie Lakenvelders tegen en even verderop Villa Kakelbont, zonder Pippi, maar met heel veel soorten pluimvee, genietend op een bankje in de zon of scharrelend door het aangrenzende weiland.




Een mooie weerkaatsing van de ondergaande zon op het maïsveld, of wat er nog van over is. Dit is Zuidwest-Drenthe en hier kom ik bijna iedere dag langs. Soms moet je gewoon even stilstaan om te kunnen genieten van je omgeving.




vrijdag 14 oktober 2011

Romige tagliatelle met schorseneren


Ik moet af en toe glimlachen als ik aan de kassa van één van onze plaatselijke supermarkten sta. In het voorjaar al een keer toen ik verse munt kocht en de jongen achter de kassa verrast was over de heerlijke geur van het plantje. Hij vroeg zich oprecht af of ze daar iets opgespoten hadden.
Van de week was ik in diezelfde supermarkt en zag ik nog één zak schorseneren liggen. Er stond geen prijs op de zak. Wel de naam van de groente, maar ja... hoe spreek je dat uit als je zo'n woord voor het eerst ziet. Het meisje achter de kassa heeft zich waarschijnlijk afgevraagd waar de klemtoon moest komen te liggen. En wie koopt nu zo een malle groente? Ik dus. Heerlijk.

Ik kwam op de site van de groene prinses (vegetarisch kookblog) een recept tegen van schorseneren met tagliatelle. En bij die aardse groente moet ik ook meteen aan andere aardse producten denken, zoals truffels. Ik heb nog nooit verse truffel gehad, maar natuurlijk wel een truffeltapenade (waar altijd meer paddestoel dan truffel in verwerkt is). Toevallig had ik nog een potje met twee truffels in huis. De smaak hiervan is niet zo heel sterk, maar zeker wel smakelijk over dit pastagerecht. En dat ook nog op een doordeweekse dag.

Het schorsenerenrecept is overigens ook lekker met aardappelpuree, voor wie dat liever heeft.


(voor twee personen)

500 gram schorseneren (ongeschild gewogen)
een beetje melk
een flinke klont boter
1 dl room
1 theelepel piment
peper en zout
een handvol gehakte walnoten
verse peterselie
geraspte kaas (bijvoorbeeld pecorino)
200 gram tagliatelle
(truffelschaafsel)

Haal zoveel mogelijk zand van de schorseneren en was ze vervolgens onder de kraan, zodat er geen los zand meer aan zit. Schil de schorseneren met een dunschiller (eventueel in een bak water omdat het melksap dat uit de schorseneren komt wat plakkerig kan zijn), snijd de stengels in stukken van zo'n drie centimeter lang en leg ze meteen in een pan water met een flinke scheut melk om het verkleuren tegen te gaan. Doe wat zout erbij en kook de schorseneren in zo'n 10 minuten beetgaar. Giet de schorseneren af.
Smelt de boter in een pan, doe de schorseneren erbij en bak ze goudbruin. Voeg de room, de piment en eventueel nog wat peper en zout toe en laat het geheel op een laag vuurtje wat indikken.
Kook de tagliatelle al dente, giet hem af en verdeel het over twee borden. Schep de schorseneren met roomsaus erover, strooi wat gehakte walnoten, geraspte kaas en peterselie erover.
Eventueel doe je nog wat truffelschaafsel erover.

Op onderstaande foto is piment (bessen van de pimentboom) te zien. De smaak wordt omschreven als een combinatie van nootmuskaat, kruidnagel en kaneel. Piment is meestal in gemalen vorm te koop, maar net als bij nootmuskaat blijft de kwaliteit en smaak langer behouden als de bessen kort voor gebruik gemalen worden.



zondag 9 oktober 2011

Coconut blondies



Sinds 2004 is er in Portobello Road in de Londense wijk Notting Hill een banketbakkerij met de naam 'The Hummingbird Bakery'. Behalve taarten verkoopt eigenaar Tarek Malouf heel veel cupcakes, muffins, koeken, gevulde repen, brownies en blondies. Zijn favoriete gebak en taarten heeft Tarek Malouf gebundeld in 'Het Hummingbird Bakboek'.
Op zoek naar een recept voor blondies met kokosnoot kwam ik terecht bij het recept voor blondies zoals die in The Hummingbird Bakery gemaakt en verkocht worden. Ik heb het wel een klein beetje naar mijn hand gezet. In plaats van 150 gram witte chocolade heb ik voor de helft pure chocolade gebruikt en die later grofgehakt door het beslag gedaan. En in plaats van pecannoten heb ik geraspte kokos gebruikt. Ik heb ook de baktijd wat verkort, omdat de blondies anders te droog zouden worden. Voor mij hadden ze nog wat kleveriger gemogen, maar het testpanel van vandaag vond deze coconut blondies erg smakelijk en zo krijgen ze toch een plaats tussen mijn zoete lekkernijen.


125 gram boter
75 gram witte chocolade*
150 gram kristalsuiker
2 eieren
1,5 theelepel vanille-extract
200 gram bloem*
een snufje zout
75 gram pure chocolade, grofgehakt*
50 gram geraspte kokos

Smelt de boter met de witte chocolade op een laag vuurtje. Meng de chocolademassa en de suiker in een kom. Voeg de eieren en vanille toe en blijf goed kloppen zodat de eieren niet stollen. Voeg het zout toe. Zeef de bloem boven de kom en schep dit door het beslag. Voeg de pure chocolade en de kokos toe en meng alles door elkaar.
Bekleed een brownievorm (20x20 cm) met bakpapier, schep het beslag erin, strooi nog wat geraspte kokos over het beslag en bak de blondies in zo'n 25-30 minuten op 170 graden goudbruin.

* Gebruik 100 gram witte chocolade, 100 gram pure chocolade en 150 gram bloem voor een meer chewy bite.


donderdag 6 oktober 2011

Gegrilde aubergine met feta en oregano



Verleden weekend toen het nog heerlijk zonnig en warm weer was, hebben we nog even nagenoten van de vakantie met Grieks eten, waaronder deze gegrilde aubergine met feta en oregano.
De Griekse keuken in Nederland wordt altijd zo gedomineerd door souvlaki, gyros en suzuki, terwijl het land zelf rijk is aan heerlijke vegetarische gerechten. Gegrilde aubergine is verrukkelijk en heel eenvoudig te maken. In plaats van feta smaakt een dot roomkaas er ook goed bij. En natuurlijk lekker knapperig brood.


1 aubergine
een bosje veldsla of waterkers
feta
verse oregano
kappertjes
olijfolie
balsamicoazijn
peper en zout uit de molen

Snijd de aubergine in plakken van een halve centimeter dik. Bestrijk ze met olijfolie en grill ze aan weerskanten in de grillpan. Maak een dressing van olijfolie, balsamicoazijn (of een andere zoete fruitazijn), peper en zout. De verhoudingen zijn drie delen olie en één deel azijn. Leg wat veldsla of waterkers op een schaal en schik de aubergine ernaast. Bestrooi de aubergine met wat kappertjes, oregano en verkruimelde feta. Sprenkel tenslotte wat van de dressing erover.