zondag 17 juli 2011

Drakenvrucht


Ik ben gelukkig niet de enige die het leuk vind om, vooral in het buitenland, supermarkten te bezoeken. En dan bedoel ik die megasupermarkten: Delhaize in België, Supermarché en Intermarché in Frankrijk en Marktkauf en Famila in Duitsland. Het zijn bijna excursies die ik maak. Uren kan ik er doorbrengen en me iedere keer opnieuw verbazen over de soorten en de veelheid aan producten die er te koop zijn. Nu vind ik markten en speciaalzaken ook erg geweldig, maar ik heb daar altijd het gevoel dat ik redelijk snel mijn keuze moet maken. En dat is lastig als eenderde van de producten op een kraam of in een vitrine liggen, als barrière tussen verkoper en klant, en ik niet weet wat het is. In zo'n megasupermarkt kan ik tenminste in mijn eigen tempo op ontdekking gaan.
Gisteren, in het prachtige plaatsje Leer in Duitsland (dat we helaas maar kort hebben kunnen bekijken doordat we te lang in Famila hebben rondgehangen, maar ach...), kwamen we in die megasupermarkt een draak van een vrucht tegen: de pitaya ook wel pitahaya, cactusvrucht of drakenvrucht genoemd. Voor nog geen twee euro is hij meegegaan en vandaag getest. De binnenkant van de vrucht ziet er uit als een witte kiwi met al die pitjes en de geur doet wat vaag aan meloen denken. Zo'n watermeloen. Verder lijkt het of alle energie naar de buitenkant van de vrucht is gegaan. Een opvallende verschijning dus met weinig smaak, maar zeker de moeite om eens te proberen.

Let bij de bovenste foto vooral even op de rechterkant van de drakenvrucht. Daar is toch duidelijk een nijlpaardachtige kop in te zien.



vrijdag 15 juli 2011

Hangop met aardbeien en kletskoppen


Zaterdagavond om 21.00 uur, toen bij ons alle winkels al lang dicht waren, moest ik nog bedenken hoe ik het toetje voor zondag, de hangop met aardbeien, een oppepper kon geven. Want alleen hangop met aardbeien is me net wat te eenvoudig om een etentje mee af te sluiten. Tenminste, als er bezoek is. Gezien de Hollandse sfeer (boerenbont, aardbeien en hangop) vond ik dat een aardbeiencoulis en kletskoppen wel voor de oppepper konden zorgen. Alleen moest ik die kletskoppen nog maken, want kopen ging niet meer.
Ik heb het meest eenvoudige recept opgezocht; van alle ingrediënten gelijke delen (koekjesbakken.com). De kletskoppen zijn uiteindelijk niet flinterdun en knapperig geworden, maar wel de lekkerste die ik ooit gehad heb. Zo'n lekkere taaie karamel.

Voor de hangop:
1 liter volle (boeren)yoghurt

Leg een kaasdoek, theedoek of wafeldoek in een vergiet. Giet de yoghurt erin en plaats het vergiet in een grotere kom (om het vocht op te vangen). Dek het vergiet af met een bord of folie en zet het geheel zo'n 12 uur in de koelkast.
Zoet de hangop met twee eetlepels suiker en/of wat vanille-extract.

Voor de aardbeiencoulis:
100 gram aardbeien
1 eetlepel suiker
(eventueel een beetje citroensap)

Pureer de aardbeien en de suiker met een staafmixer tot een saus (coulis).
Bewaar dit tot gebruik in de koelkast.

Voor de kletskoppen:
50 gram bloem
50 gram suiker
50 gram boter
50 gram keukenstroop/suikerstroop
50 gram geschaafde amandelen

Meng de boter en de suiker. Voeg de bloem en vervolgens de stroop en amandelen toe. Als het deeg te zacht is leg je het even in de koelkast. Verdeel het deeg in kleine porties en leg dit op een bakplaat met bakpapier. Bak de kletskoppen in een voorverwarmde oven op 180 graden in 10 tot 15 minuten. Laat de kletskoppen volledig afkoelen.

Verdeel de hangop over vier kommen. Schep wat van de aardbeiencoulis erover. Verdeel nog een flinke portie gehalveerde aardbeien en stukjes van de kletskoppen over de kommen.

maandag 11 juli 2011

Bosbessentaartjes


In een van mijn oude kookschriften kwam ik het recept tegen van deze bosbessentaartjes uit de Savoie. Ik heb geen idee meer waar ik dit recept oorspronkelijk uit overgenomen heb, maar ik vermoed bijna uit zo'n landelijk tijdschrift. Daar staan wel vaker streekgebonden recepten in. Het recept was voor zes taartjes, maar ik heb er zelf acht van gemaakt. En nog had ik wat vulling over. Misschien zijn de Franse éénpersoons taartvormpjes wel veel groter of hoger dan die van ons.

250 gram bloem
175 gram boter
20 gram suiker
1 ei

400 gram bosbessen
2 eieren
150 gram suiker
2 dl room
30 gram bloem
1 eetlepel crème de cassis

Maak een deeg van bloem, boter, suiker en ei en laat het een half uur in de koelkast rusten.
Bekleed 8 ingevette vormpjes (8-10 cm doorsnee) met het deeg en verdeel de bessen erover. Klop de eieren met de suiker los en meng room, bloem en crème de cassis erdoor. Schenk het mengsel over de bessen. Bak de taartjes in ongeveer 30 minuten op 180 graden.
Strooi er, als de taartjes wat afgekoeld zijn, een beetje poedersuiker over.


donderdag 7 juli 2011

Pasta panna con funghi


Het recept voor deze pasta met paddestoelenroomsaus komt uit 'La Cucina d'Abruzzo', een prachtig kookboek met authentieke recepten uit Abruzzo, een streek in het midden van Italië.
Eigenlijk zou ik nog twee maanden moeten wachten met een paddestoelengerecht. Aangezien ik paddestoelen nooit in het wild pluk, maar ze in de supermarkt koop, trek ik me nu maar even niets van de seizoenen aan. Zo'n Italiaans gerecht is toch altijd de zon in huis.

2 eetlepels boter
50 ml olijfolie
1 teentje knoflook
blaadjes van 1 takje tijm
500 gram gemengde paddestoelen
30 gram gedroogde paddestoelen (het liefst eekhoorntjesbrood/porcini)
2 dl witte wijn
2 dl room
300-400 gram pasta (pipe rigate, penne rigate of tagliatelle)
peper en zout
een stuk Parmezaanse kaas, Grana Padano of Pecorino (wat je lekker vindt)

Week de gedroogde paddestoelen in een beetje warm water. Snijd ze daarna in kleine stukjes.
Verwarm de boter en de olijfolie. Voeg de knoflook en tijm toe en vervolgens de gemengde paddestoelen en het eekhoorntjesbrood. Bak de paddestoelen zo'n 10 minuten. Blus het geheel met de witte wijn en bak het vervolgens nog 5 minuten. Voeg de room toe en verwarm het geheel nog 5-8 minuten door.
Kook ondertussen de pasta al dente en meng dit door de paddestoelenroomsaus.
Strooi er eventueel nog wat gehakte peterselie over en schaaf wat van de kaas over het gerecht.


zondag 3 juli 2011

Melanzane alla parmigiana


Ik vind het altijd wel interessant om meer over de herkomst of achtergrond van een bepaald gerecht te weten te komen. Over Melanzane alla parmigiana staat echter nogal wat tegenstrijdige informatie geschreven. De ene keer lees je dat het een typisch Noord-Italiaans recept is, terwijl andere bronnen vermelden dat het veel in Zuid-Italië gemaakt wordt, het gebied van de aubergines. Het woord 'parmigiana' zou ook niet refereren aan de Parmezaanse kaas of Parma, waardoor wellicht verwacht wordt dat het gerecht van oorsprong uit Noord-Italië komt. Ben je net als ik nieuwsgierig, lees dan maar eens de informatie op de website van Ziti Zitoni.
Het recept, zoals ik het gemaakt heb, is een combinatie van de recepten van Jamie Oliver en Gennaro Contaldo.

3 aubergines
olijfolie
100 gram parmezaanse kaas
2 bollen mozzarella
verse basilicum

olijfolie
1 ui
1 teentje knoflook
2 blikken gepelde tomaten (à 400 gram)
1 theelepel gedroogde oregano
scheutje balsamico
schepje suiker
peper en zout

Snijd de aubergines in de lengte in plakken van een halve centimeter dik. Bestrijk ze met olijfolie en gril ze in de grillpan of in de oven onder de grill.
Snijd de ui en knoflook in kleine stukjes en fruit dit in de olijfolie. Voeg de gepelde tomaten, oregano, balsamico, suiker, peper en zout toe en laat de tomatensaus op een laag vuurtje zo'n 15 minuten pruttelen.
Rasp de parmezaanse kaas en snijd de mozzarella in kleine stukjes of plakjes.
Schep wat tomatensaus in een ovenschaal en leg er vervolgens plakken aubergine, kaas en basilicum op. Herhaal deze lagen tot alle ingrediënten verwerkt zijn. Ik had drie lagen.
Zet de ovenschaal een half uur in de oven op 200 graden.
Melanzane alla parmigiana wordt gegeten met een salade en brood.

Jamie Oliver strooit nog broodkruim over het gerecht om een krokante toplaag te krijgen. Zoals je op de foto ziet heb ik dat ook gedaan, maar broodkruim heeft vet nodig om krokant te worden en dat was op die toplaag te weinig aanwezig. Nu ligt het er als een witte waas over. Ik laat het een volgende keer weg.

zaterdag 2 juli 2011

Appelkruimeltaart


Ik gebruik in de keuken alleen bij hoge uitzondering pakjesproducten. En nee, ik gebruik zeker geen mix voor appeltaart. Wat ik in mijn appeltaart wél gebruik is custardpoeder. Uit een pakje dus, als één van de weinige dingen. De custard meng ik door de stukjes appel, waardoor dit net de goede substantie krijgt (zoals ik het lekker vind). Gebruik je geen custard, dan blijven de appelstukjes een beetje droog. Kook je de appels eerst wat op, dan loop je het gevaar dat je een appelmoestaart krijgt. Met custard erdoor zit je hier net tussenin.
De kruimels op de taart zijn ontstaan uit gemakzucht. Ik had altijd net te weinig deeg over voor een goed raster.

300 gram bloem (+ extra voor de kruimels)
1 theelepel bakpoeder
150 gram suiker (eventueel witte basterdsuiker)
175 gram boter
1 ei
snufje zout

500 gram appels (schoongemaakt)
2 eetlepels suiker
1 theelepel kaneel
2 eetlepels custardpoeder
100 gram krenten en/of rozijnen (voor de liefhebbers)

Meng alle ingrediënten voor het deeg door elkaar en kneed er een mooi stevig deeg van. Laat het deeg tot gebruik in de koelkast rusten.
Snijd de appels in blokjes en meng dit met de suiker, kaneel, custardpoeder, krenten en rozijnen.
Bekleed een ingevette springvorm (24 cm doorsnee) met tweederde van het deeg. Verdeel de appelstukjes erover. Meng zoveel bloem door de rest van het deeg tot het dikke kruimels worden. Verdeel de kruimels over de appels.
Bak de taart in een voorverwarmde oven in ongeveer een uur op 180 graden. Als het deeg te snel bruin wordt, zet de oven dan op 160 graden en reken op 15 minuten baktijd erbij.

vrijdag 1 juli 2011

Gevulde paprika's


Dit is mijn versie van gevulde paprika's. Ik gebruik zoete puntpaprika's, doormidden gesneden, gegrild en vervolgens dubbelgeklapt, met een vulling ertussen natuurlijk. Het recept is afgeleid van 'peperoni ripieni' uit Passione van Gennaro Contaldo. Ik moet eerlijk bekennen dat ik meestal kaas gebruik die ik in huis heb en niet de provolone zoals in het recept staat. Wellicht zal het met de provolone nog beter smaken, maar met andere kaassoorten zijn de paprika's ook heerlijk.

4 zoete puntpaprika's
500 gram aardappelen
1 ei
75 gram provolone (kaas)
4 eetlepels geraspte parmezaanse kaas
3 eetlepels gehakte bieslook
olijfolie
peper en zout

Snijd de paprika's in de lengte doormidden, verwijder de zaadjes en leg ze met de schil naar boven onder de grill. Als de schil zwart wordt, kunnen de paprika's uit de oven en kan eventueel de schil verwijderd worden. Dat gaat het gemakkelijkst als je de paprika's eerst een tijdje afgedekt in een kom legt. Door de condens laat de schil dan beter los.
Kook de aardappelen gaar en stamp ze fijn met een pureestamper. Voeg het losgeklopte ei, de kaas en de bieslook toe. De puree krijgt een beetje de substantie van deeg: stevig en compact. Breng de puree indien nodig op smaak met peper en zout.
Verdeel de puree over de paprika's, vouw de paprika's dubbel en leg ze in een ovenschaal. Druppel er nog wat olijfolie over en zet de schaal zo'n half uur in de oven op 200 graden.

De gevulde paprika's smaken lekker met een groene salade, bijvoorbeeld van rucola, lente-ui, walnotenolie, frambozenazijn en tomaatjes. En natuurlijk met een lekker stuk brood erbij.